In  hoeverre zouden de schades worden  vergoed bij de overstromingen? Antwoord uit verschillende bronnen:

Extreem natuurgeweld  zoals overstroming of aardbeving is overmacht. Via een gewone  inboedel- of opstalverzekering kunt u dus geen schade door extreem natuurgeweld verzekeren.

Rampen werden tot voor kort als onverzekerbaar gezien, want eventuele schade is onmogelijk in te schatten voor een verzekeraar. Bij sommige maatschappijen kan  men schade door een natuurramp zoals een overstroming nu wel  - apart - verzekeren, maar afhankelijk van de plaats (risicogebied) kan dat een hoge premie betekenen. En dan is er ook nog sprake van een maximale uitkering.

Mocht u menen dat uw overstromingsschade straks eventueel nog valt te verhalen op de overheid…..dan komt het volgende nog om de hoek kijken:  Als u de schade had kunnen verzekeren, of uw huidige verzekering (inboedel of opstal) biedt dekking, dan keert de overheid niet uit.


Voor de mensen in de zgn. ‘lob van Gennep’ zou het bovenstaande betekenen dat een natuurlijke overstroming nu in principe wel te verzekeren is bij diverse verz. Maatschappijen. De premie is wel sterk afhankelijk van het risico mbt de plaats (risicogebied) en de aanwezige waterkering. In de huidige situatie is de overstromingskans in de ‘lob’ nog deels 1:50 jaar. Dat is verzekeringstechnisch een grote kans. Als straks (dit jaar nog af te ronden) de dijken en de vaste drempel alhier tot de ‘oude’ wettelijke minimale norm zijn opgehoogd/versterkt, dan zouden we in ons gebied tegen veel hogere waterstanden beschermd zijn en zou het risico op 1:250 jaar komen.  


Met de Waterwet van jan. 2017 is er overigens al weer een hogere wettelijke minimale norm vastgesteld  t.w. 1:300 jaar.

Om straks aan deze ‘nieuwe’ wettelijke eisen te kunnen gaan voldoen heeft men het project ‘lob van Gennep’ opgetuigd.   

De projectgroep ‘lob van Gennep’ heeft hiervoor echter een optie gepresenteerd waarbij sprake is van een regelbare inlaat, kortweg ‘de schuif’ genoemd. Hierbij stelt men dat er met plaatsing van een schuif, er een ‘nog grotere veiligheid’ zal zijn voor ons gebied dan de wettelijk vereiste 1:300 jaar. De kansberekeningen inzake die ‘hogere’ veiligheid lopen uiteen.

Men claimt dus een ‘hogere veiligheid’ met die schuif, echter, op het moment dat men - bij een extreem hoge waterstand - van overheidswege die schuif inderdaad open gaat zetten, dan verandert alles. De bescherming is dan gereduceerd tot nul. De schuif heeft ook verzekeringstechnisch ingrijpende gevolgen.

Als deze geopend wordt gaat het immers om inundatie (opzettelijke onderwaterzetting). Een dergelijke watersnoodramp valt niet te verzekeren en de enige instantie waar de slachtoffers dan nog een beroep op zouden kunnen doen is de overheid, die nb zelf de schade heeft veroorzaakt.

De mensen hier zullen in dat geval dus volledig afhankelijk zijn van de overheid, die ergens een potje van 1 miljard schijnt te hebben voor dit soort schades, maar dan wel voor alle hoogwaterschades, die dan optreden. Alleen al voor ons gebied tussen Mook en Ven-Zelderheide zal bij inundatie de schade in de miljarden gaan lopen…

Wie met een dergelijke overstroming te maken krijgt, is dan aangewezen op een noodfonds (Wts) van de overheid, en een uitkering hieruit is lang niet zeker.  http://wetten.overheid.nl/BWBR0009637/geldigheidsdatum_20-03-2014

Dat wil zeggen: Wanneer er onverzekerbare rampen voorkomen, dan kán de overheid de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in werking laten treden. Daar is iedere keer opnieuw een Koninklijk Besluit voor nodig. De Wts stelt per keer vast welk gebied onder de regeling valt, hoe lang de schadeperiode is en hoe hoog de (gedeeltelijke) vergoeding zou worden. De overheid kan dan  ook nog besluiten om een eigen risico te hanteren. Of én in hoeverre de overheid schade compenseert, staat op voorhand dus helemaal niet vast.

DUS: Uit dit Wts-potje kan de overheid aan burgers een tegemoetkoming geven in hun schade veroorzaakt door een ramp. Let op!, een tegemoetkoming. Dus zeker niet per se volledige schadeloosstelling!

De projectgroep ‘lob van gennep’ zegt tot dusver nog een en ander (nog steeds) uit te zoeken, maar wij hebben bovenstaande alvast boven water gekregen.


Stel uw vragen ook aan uw eigen verzekeringsmaatschappij!


En hoe zit dat met die Beerse Overlaat van enkele kilometers breed en 40 km lang?  Kan die niet worden gebruikt?

IMG_0859.jpg IMG_0860.jpg

Uitleg van LobvanGennep

Kortom: Er is dus eigenlijk in het verleden gewoon niet genoeg gebouwd in de Lob van Gennep!

Anders had men uiteraard  - net als voor de Beerse Overlaat -

 - de wettelijke status van de Lob ook moeten wijzigen

-  en had men de Lob ook niet meer als onderdeel van de Maas kunnen aangeven in de Waterwet

-  en ook niet als gronden voor Waterstaat in bestemmingsplannen kunnen aanwijzen.  

Klik hier: Langs de bedijkte Maas in Brabant zal men na uitvoering van de Lobplannen een bescherming genieten van 1.3000 tot 1:10.000. Dat staat in schril contrast tot de evtl. 1.300 overstromingskans bij de Lob van Gennep.  

De dijken aldaar langs de Maas verhoogt of verzwaart men (liever) niet, dan maar beter een schuif bij de Lob van van Gennep.  

 

Hebben de graafwerkzaamheden bij De Kroon en de Bloemenstraat tot gevolg dat de beveiliging tegen wateroverlast daar ter plekke minder wordt?

Het beschermingsnivo op dat traject is/was nog steeds niet op het nivo van de ‘oude’ wettelijke normen. Er is in feite sprake van ‘achterstallig’ onderhoud. Door de huidige werkzaamheden bij De Kroon en de Bloemenstraat in Milsbeek komt het beschermingsnivo op 1:250 jaar conform de vorige wettelijke normen. Deze werkzaamheden staan los van het project ‘lob van Gennep’, want dat gaat over eventuele toekomstige oplossingen en de eisen waaraan de dijken zouden moeten voldoen volgens de ‘nieuwe’ wettelijke normen (de Waterwet van januari 2017).

Onderstaand het antwoord van Guido Toirkens, Omgevingsmanager IPM, Dijkversterkingsprogramma Maaswerken Waterschap Limburg:

 

“Momenteel worden er vanuit het programma Maaswerken dijkversterkingswerkzaamheden uitgevoerd aan het dijktraject van Milsbeek – Ven-Zelderheide. Deze werkzaamheden vinden plaats op twee locaties aan de Kleefseweg, langs de N271 ter hoogte van Milsbeek en langs de Bloemenstraat. Op deze locaties voldeed de dijk nog niet aan de waterveiligheidsnorm van een maximaal toelaatbare overschrijdingskans van 1/250 per jaar, welke van toepassing was voor 1 januari 2017. De huidige werkzaamheden worden naar verwachting dit jaar afgerond. Na afronding van deze werkzaamheden voldoet het volledige dijktraject (dijkring 54) van Mook tot aan de Duitse grens bij Ottersum aan de (verouderde) veiligheidsnorm van 1/250. 
                         





=sig==


  

ANTWOORDEN

terug

U kunt ons altijd vragen stellen via de contactpagina op deze website

Als water bij onderwaterzetting van de Lob van Gennep het dorp Ven-Zelderheide heeft bereikt, dan stroomt het zo door naar Duits gebied. Is er in dezen een samenwerkingsverband met Duitsland?


Binnen het project Lob van Gennep hebben we aandacht voor de kansen op overstromingen in Duitsland. De Duitse overheidspartners worden hierover via de reguliere contacten die het waterschap heeft geïnformeerd. Het project Lob van Gennep heeft echter geen consequenties op de overstromingskansen van het nabijgelegen gebied in Duitsland.
Er is een open verbinding met de Maas via het Niersdal voor het Duitse gebied vanuit Ven-Zelderheide richting het Duitse Kessel en verder. Extreem hoge waterstanden op de Maas kunnen hierdoor doorwerken tot over de grens; water stroomt dan van de Maas via de Niers naar Duitsland. De kans dat er op deze manier overstroming in Duitsland plaatsvindt, is echter zeer klein. Dit is alleen mogelijk bij Maasafvoeren die een heel kleine kans van voorkomen hebben. In de extreme situaties dat er sprake is van waterberging in de Lob van Gennep en water Ven-Zelderheide bereikt, zal water op de eerste plaats via de Niers naar Duitsland stromen. Het is veel onwaarschijnlijker dat water vanuit het binnendijkse gebied naar Duitsland stroomt. Dit komt door de hogere ligging van het gebied tussen Ven-Zelderheide en de Duitse grens.












 

Op de pagi​na Beleidslijn Grote Rivieren van de Lob van Gennep presentatie 07 mei 2019 wordt aangegeven dat de gele gebieden van het rivierbed niet tot par. 6 van Hoofdstuk 6 van het Waterbesluit behoren en dus niet behoren tot het bergend regime. Hoe wordt deze uitzonderingspositie bewaakt met name door het instromende water, in welke variant dan ook?


De gele gebieden behoren wel tot het bergend regime. Ze zijn daarbij uitgezonderd van vergunningplicht van gebruik waterstaatswerken. Dit betekent dat er geen vergunning bij het Rijk aangevraagd hoeft te worden als men in de gele gebieden wil bouwen. In de groene gebieden geldt deze vergunningplicht wel.


Het Lobteam duidt in haar presentaties op waterstandsverlagingen in centimeters bij de Bedijkte Maas. Worden hier minder hoge dijkverhogingen bedoeld?


Hier wordt bedoeld minder hoge waterstandsstijging. Dit leidt inderdaad tot minder hoge dijkverhogingen.


Is het protocol Schuifopening al bekend? Dat prachtige absoluut veilige (althans in de Lob presentaties) protocol bij het openzetten van de schuif: Waarom is de overheid er eigenlijk zo zeker van dat dat allemaal goed zou gaan? Al is het allemaal geautomatiseerd - ook die automatisering hapert nogal eens, denk aan bruggen etc.-, achter iedere programmering zit een mens, mensen werken er mee, en heeft men wel eens van ‘hacken’ gehoord?  


Het protocol is nog niet uitgewerkt. Dat gebeurt pas later in de planuitwerking. De voorwaarden voor een protocol zullen onderdeel uitmaken van de besluitvorming van een voorkeursalternatief. U merkt terecht op dat er ook aandachtspunten zijn. Dit zal in de overwegingen bij een dergelijke oplossing meegenomen worden om tot een voorkeursalternatief te komen

Wil het Lob project team de voordelen van minder hoge dijkverhogingen in het Bedijkte Maastraject nuanceren in relatie tot de in Brabant geventileerde voordelen bij het bedijkte Maastraject namelijk behoud van Pareltjes aan de Maas (in de provincie Gelderland) en de realisatie van een stadspark in den Bosch. Over welk nut en vooral noodzaak hebben we het hier eigenlijk?


Het gebied Lob van Gennep heeft in de bestaande situatie reeds een functie in het bergen van water bij zeer hoge Maasafvoeren en hiermee een verlagend effect op de hoogwaterstanden benedenstrooms. Het versterken van de dijken bij de Lob van Gennep, zonder daarbij invulling te geven aan deze waterbergende werking, zou benedenstrooms een waterstandsstijging veroorzaken. Hiermee zou benedenstrooms meer dijkverhoging nodig zijn.
Het project Lob van Gennep zoekt naar oplossingen waarmee zowel de veiligheid van het gebied zelf als de waterbergende werking voor het benedenstroomse gebied verbetert. Hiermee is er benedenstrooms minder dijkverhoging nodig. Stroomafwaarts liggen diverse dijktrajecten waarvoor geldt dat dijkverhoging zeer moeilijk in te passen is, gelet op de fysieke mogelijkheden en de cultuurhistorische waarden die spelen op deze locaties. Waterstandsstijging zou hierbij direct de problemen vergroten, waar tegenover staat dat verlaging van de waterstanden een belangrijke bijdrage levert

Dec. 2019:

Alerte bewoners ontdekten dat het dijkvak 54d ter hoogte van Milsbeek (over een lengte van 400 m) lager is dan de aangrenzende dijkvakken richting Gennep en Middelaar. Projectgroep LobvanGennep vertelde dat alles - muv een stuk bij Ven-Zelderheide, dat volgt in 2020 - nu op een beschermingsnivo zat van 1/250 (conform de oude waterwet). Men vroeg zich af hoe dat kon, omdat het lager oogt. Inmiddels heeft de heer Guido Toirkens van het Waterschap dat op ons verzoek uitgelegd. Dijkvak 54d is inderdaad ca. 30 cm lager, maar men heeft de bescherming door andere maatregelen aan dat dijkvak toch opgekrikt naar 1/250

antwoord heer Toirkens.pdf