In de voorlaatste ijstijd werden de grote rivieren door de eindmorenen gedwongen een andere route te nemen. Rijn en Maas stroomden toen samen naar het westen onder langs de stuwwal, door wat nu het Koningsven heet. Later ging de Rijn weer zijn eigen weg. Er was in dat (tijdelijk) gezamenlijk stroomgebied van Rijn en Maas gaandeweg een riviervlakte van wel 10 km breed ontstaan, die zich later weer deels vulde met zand en grind. Zo vreselijk laag ligt ons gebied helemaal niet en aan de overkant van de Maas ligt het zelfs lager.


Behalve dat de gezamenlijke ‘rivierbedding’ van Rijn en Maas uit de ijstijd gemakshalve van stal werd gehaald, als winterbedding van de Maas, heeft iemand na 1995 achter zijn/haar tekentafel in het kader van het nationaal rivierenplan, en ‘ruimte voor de rivier’ bedacht dat dat ene lobvormige stukje van die oude ‘rivierbedding’ uit de ijstijd, begrensd door de stuwwal, wel heel ideaal zou zijn om veel water in te parkeren bij een extreem hoge waterstand. De minister vond dat eigenlijk ook wel een goed plan en heeft er een krabbeltje onder gezet.

Vandaar.  

In het heden is de Maas ter hoogte van Gennep ongeveer 150 meter breed en met uiterwaarden erbij 1 kilometer (Zie o.a. Het boek “Het koningsven” 2017). Ons gebied aan te duiden als ‘van oudsher rivierbedding van de Maas’ is incorrect en stellen dat we hier nu in de bedding van de Maas wonen dus ook.

De kans op overstroming is er echter altijd, zoals overal langs de Maas, MAAR we hebben het hier nu wel over een al eeuwenlang bewoond gebied….dat voor het overgrote deel in de afgelopen 200 jaar (en zonder dijken) niet is overstroomd. De kans op een natuurlijke overstroming heeft in het meer recente verleden ook nog geen enkel(e) overheid/gemeentebestuur belemmerd om de dorpen flink uit te breiden.


Er zijn na de overstromingen in 1993 en 1995 ter bescherming dijken aangelegd, aanvankelijk nooddijken, die later officieel tot primaire dijken werden. Dijken die trouwens al langer niet meer voldeden aan de oude (t/m2016 geldende) wettelijke normen. Het dijktracé tussen Gennep en Mook voldoet pas sinds eind 2019 aan die oude wettelijke norm, en dan nog met uitzondering van een stuk bij Ven-Zelderheide, dat zou in 2020 nog worden verhoogd. Over een deel van de dijk (400 m) bij Milsbeek zit een verlaagde drempel (ca. 30 cm.) Vlgs de heer Toirkens van het Waterschap wordt daar de wettelijke normvan  1/250 toch bereikt door andere maatregelen. Waarom dat zo moest is ons niet bekend.

   

Met de huidige veelbesproken ‘lobplannen’  moet de bescherming dus alweer worden aangepast aan de ‘nieuwe’ wettelijke norm (die beschreven staat in de Waterwet van januari 2017).


EN TOEN WERD  EEN “LOB VAN GENNEP” GEBOREN!, ergens in Nederland, op een tekentafel.  

Men heeft het nu in de gepresenteerde plannen over een ‘lob’ van Gennep als een handige lege kuil en men toont daarbij prachtige luchtfoto’s van een groot, groen, vrijwel leeg gebied. Als men dat gebied als waterberging inzet dan scheelt dat wel 16-12 cm stroomafwaarts!! En dan hoeven ze dus verderop (richting Den Bosch-Biesbosch) geen of minder dijken te verzwaren!  Dat scheelt veel geld en moeite, en dan houden cultuurhistorisch belangrijke dijkhuisjes hun band met de rivier.

 


Delen van het gebied tussen Ven-Zelderheide en Mook hebben weliswaar altijd een kans op overstroming van de Maas/Niers (en ook van kwelwater ), en dat weten de bewoners ook wel, maar in de laatste decennia, na de overstromingen van ‘93 en ‘95, meende men inzake overstromingsgevaar te kunnen vertrouwen op bescherming van overheidswege. Zoals ook in de wet is verankerd, iedereen heeft recht op dezelfde basale bescherming bij overstromingen en Rijkswaterstaat streeft immers naar droge voeten voor alle burgers.

TERUG