terug

In de voorlaatste ijstijd werden de grote rivieren door de eindmorenen gedwongen een andere route te nemen. Rijn en Maas stroomden toen samen naar het westen onder langs de stuwwal, door wat nu het Koningsven heet. Later ging de Rijn weer zijn eigen weg. Er was in dat (tijdelijk) gezamenlijk stroomgebied van Rijn en Maas gaandeweg een riviervlakte van wel 10 km breed ontstaan, die zich later overigens weer deels vulde met zand en grind. Zo vreselijk laag ligt ons gebied helemaal niet en aan de overkant van de Maas ligt het zelfs lager.


Behalve dat de gezamenlijke ‘rivierbedding’ van Rijn en Maas uit de ijstijd gemakshalve van stal werd gehaald, als bedding van de Maas, heeft iemand achter zijn/haar tekentafel in het kader van het nationaal rivierenplan ‘ruimte voor de rivier’ bedacht dat dat ene lobvormige stukje van die oude ‘rivierbedding’ uit de ijstijd, begrensd door de stuwwal, wel heel ideaal zou zijn om veel water in te parkeren bij een extreem hoge waterstand.